Internet, ons collectieve geheugen

Wat Twitter voor mij en velen anderen zo nieuw maakte is het live-element. Hier, nu, op dit moment. Natuurlijk was dit eerder met chat ook al mogelijk, of met Skype, maar Twitter bracht voor het eerst een openbare SMS-achtige dienst naar het web. Logisch dus dat menig blogger ook actief twitteraar werd, sommigen gaven hun blog er zelfs helemaal voor op. Niet langer hoefde je de pagina te verversen om een nieuwe reactie te lezen, berichten verschenen automatisch in beeld. Twitter was en is live. Hallo aarde nu op dit moment.

Massaal geeft men in het openbaar antwoord op de vraag “wat ben je aan het doen?”.Voor elke tweet kun je de locatie waar je je bevindt koppelen – “Add a location to your tweets”. Bovendien legt Twitter vast waarmee ge tweette, via haar eigen website, een mobiele applicatie, of wat dan ook.

Twitter legt dat niet alleen vast ook Google indexeert die gegevens van Twitter. Alles wat je aan het doen bent en waar je je bevindt. En da’s handig want stel nu dat je je afvraagt wat je op 28 maart 2010 allemaal gedaan hebt. Een vraag die voor jou lastig te beantwoorden is, je kunt hooguit je oude agenda erop naslaan. Voor Google en Twitter is die vraag helemaal niet zo moeilijk te beantwoorden. Het levert simpelweg een chronologische lijst met acties op. Glashelder. Feitelijk correct tenzij jijzelf de boel hebt lopen te fucken.

Betekent dit het einde van privacy? Voor een deel wel. Maar het levert ook iets positiefs op: een beter collectief geheugen. Internet legt vast wat we doen, wat we willen, hoe we ons voelen. Internet legt ons leven vast. Als een doorlopende documentaire.